Hoe bereken je btw?
Btw berekenen lijkt simpel, maar er zit een valkuil in: je moet weten of je van exclusief naar inclusief rekent, of andersom. Op deze pagina leggen we het uit en kun je direct oefenen.
De basisformule voor btw
Btw berekenen is wiskunde die je in twee richtingen kunt toepassen:
Gebruik de rekenmachine hierboven om direct uit te proberen. Kies 21%, 9% of 0% en kies de richting.
BTW berekenen in 3 stappen
- Bepaal het bedrag: weet je exclusief of inclusief bedrag?
- Kies het tarief: 21%, 9% of 0%?
- Toepassen: vermenigvuldig met (1 + tarief) of deel door (1 + tarief).
Voorbeelden
| Tarief | Exclusief | Btw-bedrag | Inclusief |
| 21% | € 100 | € 21 | € 121 |
| 21% | € 250 | € 52,50 | € 302,50 |
| 9% | € 100 | € 9 | € 109 |
| 9% | € 250 | € 22,50 | € 272,50 |
Wanneer gebruik je welk tarief?
- 21%: de meeste goederen en diensten.
- 9%: levensmiddelen, water, boeken, medicijnen, kunst, bepaald vervoer.
- 0%: specifieke situaties zoals export naar EU-landen. Let op: dit is iets anders dan een vrijstelling.
Veelgemaakte fouten
- Percentage van inclusief bedrag aftrekken: dat geeft een verkeerd antwoord. Deel altijd door (1 + tarief).
- 0% en vrijgesteld verwarren: bij 0% vermeld je 0% op de factuur; bij vrijgesteld vermeld je geen btw.
- Tarief verkeerd toepassen: niet alles in de supermarkt valt onder 9%. Sommige luxe artikelen hebben 21%.
Meer tools
Wil je een specifiek tarief of een specifieke richting? Gebruik dan een van de andere btw-pagina’s. Ondernemers kunnen hun ZZP uurtarief berekenen.